Archeologie


Heel lang geleden woonden er al mensen in de omgeving van Slochteren. Dat weten wij omdat deze vroege bewoners sporen van hun verblijf hebben achtergelaten. Deze rendier jagers trokken achter de rendieren aan want diej zorgden voor vlees en van de huid werd kleding gemaakt. Deze jagers maakten gebruik van vuursteen. IJzer, brons en staal kende men in die tijd niet. Vuursteen heeft enkele bijzondere eigenschappen; het is hard, sterk en goed scherp te maken. De rendierjagers leerden om van vuursteen allerlei gebruik voorwerpen te maken zoals pijl- en speerpunten, schrapers, krombekstekers, klingen, stekers enz. Het belangrijkste gereedschap was toch wel de vuistbijl. In het museum zijn werktuigen uit de oude steentijd tot en met de nieuwe steentijd te zien.

Steentijd


Met steentijd wordt de periode uit de prehistorie aangeduid waarin mensen stenen werktuigen maakten en gebruikten. Meestal wordt de steentijd onderverdeeld in drie fasen:

  • het paleolithicum of de oude steentijd, verreweg de langste periode, van ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden tot het einde van de laatste ijstijd ongeveer 10.000 jaar geleden;
  • het mesolithicum of de middensteentijd, een aanduiding voor culturen van jager-verzamelaars na het einde van de laatste ijstijd;
  • het neolithicum of de jonge steentijd, een aanduiding voor culturen waar landbouw de belangrijkste sector in de economie was.

Paleolithicum de Oude Steentijd voor 8300 vC


Het paleolithicum is de oudste periode in de voorgeschiedenis van de mens en zijn materiƫle cultuur. De periode begint zo'n 2,5 miljoen jaar geleden met het in gebruik nemen van stenen werktuigen en eindigt tegelijk met het einde van de laatste ijstijd 12.500 jaar geleden. De natuurlijke begroeiing varieerde destijds van een toendra-vegetatie, verrijkt met lichtminnende planten via een parklandschap tot een berken-dennenbos naar gelang de gemiddelde temperatuur hoger lag. De fauna breidt zich uit met bosdieren als beer, edelhert, eland, ree en wild zwijn. Tijdens twee betrekkelijk warme periodes was bewoning zeker mogelijk.

Mesolithicum de Midden Steentijd 8300-3800 vC


Het mesolithicum is een aanduiding voor een cultuurperiode in Europa die begint na het aflopen van de laatste ijstijd en eindigt wanneer een samenleving overschakelt op landbouw en veeteelt en tal van nieuwe technologieƫn ontwikkelt of overneemt. Jagen, vissen en verzamelen waren de middelen van bestaan van de mensen in mesolithische culturen, die doorgaans als rondtrekkende jager-verzamelaars leefden; nederzettingen zijn zeldzaam en meestal tijdelijk. Vondsten uit het mesolithicum tonen aan dat steenbewerkingstechnieken verfijnder werden.

Neolithicum de Jonge Steentijd 3800-2000 vC


Het neolithicum is een periode die wordt gekenmerkt door technische en sociale veranderingen. Deze kwamen voort uit de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden en aan landbouw en veeteelt deden. Zij legden voorraden aan voor slechte tijden. In een gemeenschap die haar voedselbronnen zelf aanlegt en beheert wordt een mobiele leefwijze grotendeels vervangen door een plaatsgebonden leefwijze. De aard van de nederzetting verandert grondig door haar permanente karakter. Woningen worden groter en duurzamer. Voor het rooien van bos om akkers aan te leggen en meteen hout voor woningbouw te winnen zijn nieuwe soorten werktuigen nodig. De geslepen vuurstenen bijl en beitel zijn hier voorbeelden van. Schapenteelt biedt de grondstof voor wollen kleding naast de tot dan toe gangbare dierenhuiden. Door de gevestigde leefwijze doet ook het aardewerk haar intrede. De eerste landbouwers zijn de dragers van de trechterbekercultuur [TRB].

Vuursteentijd (25.000 - 2100 v. Chr.)


Steen was voor het grootste deel van de prehistorie de belangrijkste grondstof voor wapens en gereedschap. Dat is goed te begrijpen want steen heeft een aantal goede eigenschappen: het is hard, sterk en goed scherp te maken. Maar niet elke steensoort is geschikt. De prehistorische mens had al heel vroeg ontdekt dat vuursteen een zeer geschikte steensoort was. Vuursteen is ontzettend hard (het is harder dan staal). Met een vuurstenen bijl kap je een boom en vuurstenen pijlpunten doorboren makkelijk een hert ! Maar vuursteen is ook heel bros en dus heel goed te bewerken.

Wat maakte men van vuursteen? Je kunt beter vragen wat ze niet van vuursteen maakten. Pijl- en speerpunten, schrapers, krombekstekers, sikkels, klingen, stekers, etc. etc. Maar het belangrijkste gereedschap was de vuistbijl. Dat was het Zwitsers zakmes van de prehistorie.

Vuursteen wordt in grote brokken gevonden. Zo'n brok vuursteen heet een vuursteenknol. Eerst werd de ruwe vuursteenknol met een hard stuk steen, een klopsteen, voorbewerkt. Al draaiende werden er grote schilfers van de knol geslagen. Net zo lang tot er een ruwe versie van bijvoorbeeld een vuistbijl was gemaakt. Vervolgens werd de ruwe versie van de vuistbijl afgewerkt met een hoorn (rendier/hertgewei) en een klophout. Men plaatste de drevel tegen het steen. Dan gaf men met het klophout een klap op de drevel. Er sprong dan een kleine afslag van het steen. Zo werkte men net zo lang tot de ruwe vuistbijl vlijmscherp was. Maakte men pijlpunten of kleine gereedschappen dan werd de knol eerst voorbewerkt. Dan werd met drevel en klophout er voorzichtig dunne afslagen van afgeslagen. De vorm en de grootte van de afslag werd bepaald door de kracht waarmee men sloeg en de hoek van de drevel op het steen. De mensen die het vuursteen bewerkten, waren echte vakmensen. Het vereist veel techniek en vaardigheden om vuursteen goed te bewerken.